Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

13

van het nut een kritische maatstaf gebruikt, die toch eigenlijk van zedelijken aard is. Zooals de ware vriendschap diegene is, welke met ons ideaal overeenstemt, zoo is ook het ware nut of het ware belang een ideaal, dat met onze leer over den mensch nauw samenhangt. Zij, die dat gevoelen, spreken dan wel van de strekking van een handeling, om belang of nut te bevorderen. Maar dan geeft men zich te weinig rekenschap van het feit, dat wij de werkelijke gevolgen van een handeling maar zeer weinig kunnen kennen. Ook uit de strekking van welwillendheidsdaden worden de werkelijke gevolgen van zulke daden niet kenbaar. Zoo zal men toch weer moeten terugkomen tot een beslissing over de zelf* standige waarde, die in den wirwar der gevolgen juist door haar zedelijke hoedanigheid zich handhaaft. Het blijkt een verplaatsing, niet een elimineering van den zedelijken factor te worden, als men hem beproeft in het ware nut of de nuttige strekking te veranderen.

Een bestanddeel van eigen aard treedt altijd in de be= trokken geheelen te voorschijn. Vraagt men nu, of daarbij een wereld* en levensbeschouwing van a*moreelen aard past, dan zal men daar moeilijk bevestigend op kunnen antwoorden. Eerder zullen wij het zedelijke rekenen tot het hart des Zijns, dan het onder de min of meer toevallige epifenomenen te brengen. Een metaphysica als het materia* lisme kan aan het volle gebied der zedelijk*heid geen recht doen. Met welke stelling over de karakters der aanhangers van een materialistisch stelsel geen oordeel wordt geveld. Maar men ziet, hoe in zulke stelsels moreele beoordeeling en waardebepaling verklaard worden uit egoïsme of uit sociaal instinct en sociale driften. Ook zelfs in de historisch* materialistische vormen gelukt het niet, geheel te ontkomen aan uitdrukkingen als de „ware" samenleving en de „strek* king" der productievormen. Met name kan het besef van verplichting, dat men steeds weer tot werkzaamheid tracht te brengen in de levenspraktijk, bij een a*moreel stelsel evengoed als lastige en belemmerende voorstelling voor den individu worden beschouwd, dan dat het hem zou stuwen naar een bepaling van zijn daden. Daden van on* rechtvaardigheid kunnen wel tegengehouden worden door andere factoren, zooals vrees, gewoonte, navolging, maar

Sluiten