Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zedelijk karakter. Men denke aan voorstellingen als van de „schone Seele", van den Saevis tranquillus in undis, of aan de voorstelling van den hoffelijken mensch, of aan die van het mensch*zijn en de mensch*wording. Dit stempel op een zedelijk geheel is minder los van wereld* en levens* beschouwing dan men zich bewust maakt. Dringt men in deze gegevens dieper door, dan blijken al de hier genoemde idealen als centrum van zedelijk leven een karakter*ideaal te stellen, en nemen zedelijke waardebepaling en zedelijke wil een grootere plaats in dan in een plichtenleer of een goederenleer. Denkt men aan de achting, die in de wereld van vijftig jaar geleden toegekend werd aan „een nuttig lid der maatschappij," dan voelt men, dat hier een gansch andere sfeer wordt binnengegaan, dat een geheele leven en wereld van anderen stempel de aandacht opeischt. Men moet aan deze sfeer terug denken, als men het eenigszins vaag geroep om persoonlijkheid hoort in het heden. Of is dit heden ook al weer bezig verleden te worden? 't Lijkt niet onwaarschijnlijk. Hoe dit zij, op den achtergrond staat ook hier de metaphysica, de opvatting die men heeft van menschengeest en levensdoel. Groot moge de invloed niet zijn, hij is er, en maakt het zedelijk geheel tot iets, dat het levensgedrag in bepaalde richting wijzigt. Men zou ditverschil van sfeer ook kunnen aantoonen door de geschiedenis van sommige idealen nader aan te geven. Moet men bijvoorbeeld den roman van Loosjes, waarvan Maurits Lynslager de held is, niet beschouwen als een pogen, om een verdwijnend ideaal tot nieuw leven te wekken ? De „drukkende last" van den Franschen tijd richtte ook den blik van den 18e eeuwer naar het verleden, maar vormde den 17e eeuwer toch tegelijk om tot een idealen burger naar humanistischen trant.

Reeds in dit verband komt nu ook godsdienstige zedelijk* heid zich aanmelden als een zedelijk geheel van eigen hoedanigheid. Daarin hebben velerlei gedragingen een eigen achtergrond en eigen verband. Als twee hetzelfde doen, is het niet hetzelfde. Dit sluit natuurlijk een verregaande overeenstemming geenszins uit. In geene moraal ontbreekt de deugd der welwillendheid. In een bepaald tijdperk zal deze deugd ook wel op overeenkomstige wijze worden beoefend, om het even in welke van de verschillende moraal*

Sluiten