Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stemming bij te dragen, behoeft dus volstrekt geen illusie te zijn, gelijk wij hebben trachten aan te toonen. En deze over* eenstemming te bevorderen, is in ieder tijdperk der historie hoogst gewenscht. Want tezamen moeten de menschen van eenzelfde tijdperk arbeiden aan een samenhangende cultuur.

Moeilijk is zulk een overeenstemming zeer zeker, en geheei zal zij wel nimmer worden bereikt vóórdat de aarde geen aarde meer is. Maar de cultuur zelve voert in een bepaald tijdperk aan de menschen vele vraagstukken toe, bij wier oplossing men rekening moet houden met den zedelijken factor, die den toestand mede bepaalt. Dien zedelijken factor af te zonderen of te elimineeren, is niet wel doenlijk. Een cultuurvraagstuk is als geheel méér dan alleen een zedelijk vraagstuk. Maar wie den zedelijken factor verwaarloost kan nooit verder komen dan tot een voorloopige en slechts binnen enge grenzen geldige uitkomst. Men denke maar eens aan het bevolkingsvraagstuk. Heeft Plato niet getracht, een zedelijk motief te construeeren voor de ook door hem aangeprezen Grieksche zede, om het leven en blijven leven van kinderen afhankelijk te maken van de doeleinden van den staat? Maar heeft hij ook niet reeds gevoeld, dat het getal hier tot hoedanigheid wordt, en aanbevolen, de teelt der gezonden te bevorderen, en der gebrekkigen tegen te gaan of vruchteloos te maken? En heeft niet het heden de ontdekking gedaan, dat gezondheid een geestelijke kategorie is, en uit lichamelijke criteria niet of maar gebrekkig kan blijken? En heeft men niet de vrees geuit, dat een beperking van voortplanting het gevaar in zich draagt, dat wel de crimineele lagen voorttelen, en de anderen afnemen? Het blijkt duidelijk, dat dit zoo belangrijke cultuurvraagstuk zedelijke factoren in zich draagt, al is het ook niet alléén een zedelijk vraagstuk.

Maar afgezien nu van het voorbeeld; overeenstemming te vinden in een bepaald tijdperk, komt aan den cultuur» arbeid ten goede, en het is een onafwijsbare eisch, om de moraal van alle landgenooten tot hervormende samenwerking te brengen. Wie dit inziet, en erkent dat deze eisch berust op een juist inzicht in de zelfstandigheid van het zedelijk gebied, die erkent ook het recht, om het monopolie te bestrijden van de godsdienstige zedelijkheid op staatkundig

Sluiten