Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

politieke dictator is, die voorschrijft, wijzen wij af om hun achtergrond van levens* en wereldbeschouwing 1), die altijd en altijd weer een vorm van naturalisme blijkt. Lang nog zullen Macchiavelli en Hobbes navolgers hebben, en den gemiddelden mensch kennen zij met treffende juistheid. Maar zelfs de gemiddelde mensch ondergaat invloed van de waarheid, en zijn bestemming is zelfstandig leven, uit waarheid. Vooral wanneer autonomie het kenmerk van zedelijke ontwikkeling is, mogen wij een toeneming van de erkenning verwachten, waarop het godsdienstig zedelijk geheel aanspraak mag maken. Want daar eerst, waar de zedelijke mensch en menschheid als bestemming in God zijn grond vindt, wordt de zedelijke wilsrichting het beslissende in des menschen leven. Het bewustzijn van zonde en genade verheft niet alleen de beteekenis van het zedelijk proces, maar geeft ook een nieuwe waarde aan den naar God toe* gekeerden mensch. Bovendien vestigt het een zedelijke verhouding tusschen mensch en God, naast die tusschen mensch en mensch, en ontplooit het gansche menschelijk wezen. Wat in het Nieuwe Testament „ziel" heet, in de bekende wonderspreuk, raakt behalve, ja boven het doel, de diepte van den wil, en geeft hem een richting, waarbij eigenzinnigheid en eigenwijsheid te niet gaan. Het grootsche drama in de natuurlijke individualiteit, waardoor zij wordt omgevormd tot zedelijk gemeenschapswezen en tot een ziel, waarin de Hemel behagen heeft, is als een centrum van godsdienstige zedelijkheid, innig verbonden met het ver* hevenste Godswerk, waarvan wij weten: de wereldgeschie* denis. Plicht en roeping, taak en heil, ziel en Godsrijk behooren bijeen, en er is geen eerste en laatste meer dan voor het onderscheidend verstand.

Het is ons gebleken, dat het zedelijke op zich zelf zoo oorspronkelijk uit het leven der menschen opkomt, dat na den voorbereidingstijd in de zedelijke kennis niet veel ontwikkeling heeft behoeven plaats te hebben. Het zedelijke leert onderscheid tusschen goed en slecht, roept op tot plicht en verantwoordelijkheid, vormt den wil tot een ge* stalte der deugd, en het beoogt de verwezenlijking van

1) Vgl. Gunning, Spinoza, 2e druk blz. 92—95.

Sluiten