Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nade krijgen in Christus , en dat er geen zondaar te groot , geen te oud , geen te verre afgedwaald is , of hij kan te regt gebragt wor« den." 1) Zoodanig dit zijn woord in opzigt tot de goede werken : « Gij moet zooveel goede werken doen, alsof gij er door zalig moest worden, en nogtans zeggen voor God: «Ik hebbe geene geregtigheid ; maar ik moet als een arme bedelaar voor u komen."" 2) Zoodanig, wat hij zeide tot die spraken van cc niet te kunnen": «'t Schort er niet aan 't : ccik kan nietmaar aan 't : « ik wil niet." « Zoudt gij , als gij wildet , niet meer kunnen doen ? Zoudt gij ten minste niet meer onder de middelen kunnen komen , daar God zegen geeft ?" 3) Was er , die, wanneer men hem opwekte tot Christelijke liefde , daartegen inbragt: cc Wie kan zoo leven?" dan rigtte Smijtegelt tot eenen zulken dit ware : cc kunt gij zoo niet leven , dan kunt gij niet zalig worden." 4) Hoort ook, wat hij aanvoert tegen een lijdelijk Christendom : cc Heeft God mij verkoren , om zalig te worden, dan zal ik het ook wordenzegt een lui Christen ; cc maar , heeft God mij verworpen , dan zal het toch alles niet helpen, wat ik doe." Wij antwoorden: cc Gij redeneert zoo in het geestelijke ; maar niet in het wereldlijke. Gij weet wel, dat

ï) Bladzij 63 van den 4den druk in kl, 4to van 1766.

2) « 378.

3) « 791.

4) « 6i5.

Sluiten