Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kerk." «Of gij daar," was zijn woord, » op uwe plaats wat prevelt achter uw hoed of dekseltje, dat gij hebt, wat is dat?" 1) «Wat is er" heet het elders : » Wat is er weinig oplettendheid. De een heeft te veel gegeten , de ander te veel gedronken, zij zetten zich zelve tot slapen. 't Is niet, om te verantwoorden." 2) Wat nog wel, hier en daar, den Leeraar tot aanstoot is, hinderde reeds Smijtegelt grootelijks — het verlaten van de kerk inet het eindigen der Leerrede ; en hij sprak daarover herhaaldelijk. » Ik heb mijn leven geen stad gezien" zeide hij dan : (( waar zoo weggeloopen wordt, als de Doop bediend wordt, en dat somtijds om wisje-wasjes." 3) Hij noemde het goddeloos , zoo wanneer men uit de kerk wegliep , alvorens de zegen was uitgesproken. 4)

Den Doop genoemd hebbende , geef ik dit, daarop betrekkelijk , uit 's mansPredicatien. » Als de kinderen eens vroegen, wat of toch hun Doop beteekende, gij zoudt verstommen, en gij wilt dikwijls zooveel rammelen en rellen over 't preken." 5) Op een andere keer is het, daar hij handelt over het Avondmaal : » Als de Predikanten tot noodiging aan 't Nachtmaal omgaan , dari geven anderen eea belettje voor, versteken zich zelve, of laten zich loochenen." V)

Ontwaarde hij in de Gemeente eene, in het

ï) Bladzij 2o5. 3) Bladzij 4o5. 5) Bladzij 4o5. 2) a 397. 4) a 573. 6) « 434.

Sluiten