Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ze alleen zijn, (God en de Christen) dan zegt God : cc Wilt gij mij uw hart geven ?" « Ach ! ja!" zeggen ze: cc ik passere mijn woord" cc Mijn Ileere !" zeggen ze : cc mag ik ook wel wat vragen ? Als ik dan smaad , kruis en vervol^in""

' O O

zal hebben, om der vreeze Gods wille, zult gij mij dan niet helpen en bijstaan ?" cc Ja zegt God , cc ik zal u niet begeven." 1) Elders zegt God tot den mensch, met de woorden van Hoogl. JF: 1 en VI: 4 cc Gij zijt mijne vriendinne , mijne schoone" ; de mensch daarop tot God : met Ps. XLF: 3. cc Gij zijt mijn vriend, gij zijt de heerlijkste, ja! gij zijt veel schooner dan de menschen-kinderen." 2) Ik voeg er zijne paraphrase van Jer. XFI11: 1 en vv. bij : cc Wat zegt de Ileere tegen den Propheet ? cc Ga eens in de pot— tebakkerij." De man die gaat. Als hij in de pottebakkerij was , geschiedde daar het woord Gods tot hem : cc Ziet gij wel, wat die man doet? Hij heell daar een stuk leem op de schijven , hij heeft er een stuk werks van gemaakt , ten deugt niet, hij douwt het weer in een en maakt er een ander van." 3)

Zoo laat hij den Zaligmaker aan het kruis het volgende gesprek voeren met den boetvaardigen medekruiseling. cc Gij" zegt deze tot den Zalig, maker, cc wordt geregt, maar gij zijt de koning van hemel en aarde ; tot den Regter kan ik niet meei spreken ; maar mag ik nog wel een woord

1) Bladzij 3g8. a) Bladzij i65. 3) Bladzij -jii.

4,

Sluiten