Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waak Noordewind ! en kom , gij Zuidewind 1 doorwaai den hof van mijn harte," naar Höogl. IF: 16. 1) Die veel aan God denken beschrijft hij, met Hoogl. 1: 13, in dezer voege : cc Worden ze wakker , zij zoeken , dat haar liefste , als een bundeltje mijrrhe , tusschen hare borsten vernachte." 2) ])e vrome : — cc O ! 't is zoo een , die altemets gekust wordt met de kussen van Gods mond woofden van Hoogl. 1: 2; 3) zoo als God ook , volgens Smijtegelt , met IIk. II: 4, cc de ziel in het wijnhuis voert."

Doch, ook buiten dit misbruiken van dat Oostersche gedicht , nog een en ander. Spreuk III: 9. cc Vereert dan den Ileere yan uw goed en van de eerstelingen uwer inkomsten ," rigt hij tot de jeugd, om ze , verbeeldt u! tot vroege Godsvrucht te vermanen." 5) cc't Is droevig ," zegt hij , op eene andere plaats , cc als de wateren van Massa en Meriba wateren worden van verbittering daarmede willende , dat het betreurenswaardig is ? wanneer er, over iets dat goed is , getwist wordt. 6) Zou de Gemeente van Middelburg hem verstaan hebben, bij den uitroep : cc De aarde is maar een Bochim!" ? Gelukkig dat hij er op volgen liet : cc een tranendal." 7) Zou zij hein verstaan hebben , wanneer hij tot haar sprak van cc Leeraren , die kussens onder de armen wisten te leg-

ï) Bladzij $82. 4) Bladzij 344. 6) Bladzij 4n2) « 679. 5) « 128. 7) « 137, 5) « 680.

Sluiten