Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dit nog , Broeders ! Met het laatst geleverde 'wilde ik niet terugnemen , wat ik eerst gezegd had , tot lof van den waardigen Smijtegelt. Het goede in zijne Predicatien blijft goed , of het dan ook overschaduwd worde door hetgene wij meenen te moeten afkeuren. In weerwil van zooveel, als mij in die Predicatien tegenstaat, bliji ik den man hoogachten. « Vader Smijtegelt ' /.eg ik nog even gaarne.

Wat hij verkeerds had was misschien meer het verkeerde van zijne eeuw, dan van hem in het bijzonder. Ik zou zelfs er toe neigen kunnen , om te gelooven, dat hij nu en dan strijd had in het binnenste , waarbij wel doorgaans de geest zijner eeuw zegevierde 5 maar toch ook niet zelden zijn redelijk nadenken den palm behaalde. Anders toch weet ik mij naauwelijks die heldere lichtstippen te midden van zooveel donkers , dat vaak zoo ongelijk zijn aan zich zeiven, te verklaren.

Vooral mag ik niet voorbij , te herhalen , dat de bewuste Predicatien niet door hem zelven vooi de pers zijn gereed gemaakt *, maar door eerten zijner hoorders , terwijl hij ze uitsprak , opgeschreven. Wie zegt ons, wat ze daarbij hebben geleden , hoeveel er misschien anders door hem is gezegd , dan wij het nu lezen ? Ook de Revisores Librorum van de Classis van Walcheren , zijne Ambtgenooten ter zelfder stede , hebben er zoo over gedacht. Zij eindigen hunne aanprijzing met deze woorden : (( doch denken dat de spreker ,

Sluiten