Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Commissie namen zitting de Heeren Prof. Visscher, de geneesheeren de Bruijne, Blanken en Sap, en Ds. J. H. Donner.

Het tweede punt, dat in bespreking kwam, was:

Dienende Broederschap.

Aanleiding tot bespreking daarvan hadden, naar de Voorzitter mededeelde, gegeven artikelen in het orgaan van den Bond voor Ziekenverpleging.

De nadruk werd in de vergadering gelegd op de verhouding, welke tusschen Bestuur en Personeel behoort te bestaan, en die hier een andere moet zijn dan in neutrale Stichtingen. Aan onze Chr., Geref., Stichtingen worden zoowel Bestuur als Personeel bezield door de begeerte, te arbeiden voor de komst van het Koninkrijk Gods. Deze begeerte moet haar stempel drukken op de wederzijdsche verhouding. Samenwerking van het personeel aan onze Stichtingen met dat aan de neutrale tot verbetering van positie, moet noodwendig leiden tot een verwateren, en ten slotte verdwijnen van het beginsel, waaruit ons personeel leeft, en met welks behoud al onze arbeid op het terrein der barmhartfgheid ten nauwste verbonden is.

Ten slotte kwam aan de orde: de verzorging van mannelijke patienten door verpleegsters.

Nadat over het voor en tegen daarvan eenigen tijd van gedachten is gewisseld, wijst de vergadering Ds. J. C. Sikkel en Dr. Schermers aan, om haar bij gemotiveerd rapport daaromtrent van advies te dienen.

Nadat besloten was in Februari wederom samen te komen, ging de vergadering, na dankzegging door Ds. L. Aalders, uiteen.

2 e Vergadering.

Den 26sten Februari 1914 vergaderden te Amersfoort wederom afgevaardigden van de Vereenigingen tot Chr. Verz. v. Krankzinnigen in Nederland, tot Chr. Verz. van Krankzinnigen in Zeeland, tot Chr. Verz. van Zenuwlijders in Nederland, van de Geref. Ziekenverpleging te Amsterdam (ter Haarstraat), 's Heeren-Loo en Lozenoord, tot bevordering der Geref. Ziekenverzorging in Nederland, en de Vereen, tot Chr. Hulpbetoon aan Tuberculoselijders.

De Vereeniging „Eudokia" te Rotterdam had bericht gezonden, dat het haar, wegens late bezorging der convocatie, niet mogelijk was geweest, afgevaardigden te zenden.

De vergadering werd wederom geleid door Prof. L. Lindeboom, terwijl de Heer van Boetzelaer als secretaris fungeerde.

Deze vergadering werd gewijd aan vaststelling van de exameneischen voor het gemeenschappelijk diploma.

Sluiten