Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De afgevaardigden der Vereenigingen Eudokia en Ter Haarstraat (Amsterdam) hielden zich buiten stemming.

De Vereenigingen Veldwijk, tot Chr. Verz. van Krankz. in Zeeland ,de Geref. Ziekenverzorging in Nederland, Sonnevanck en de Vereen, tot Chr. Verz. van Zenuwlijders in Nederland verklaarden, de examen-eischen te aanvaarden, 's Heeren Loo bleef bezwaar hebben.

Vervolgens kwam aan de orde de bespreking van het rapport der H.H. Dr. Schermers en Ds. Sikkel aangaande de verzorging van Mannelijke Patienten door Verpleegsters.

De conclusies, aan het slot van het rapport gesteld, luiden:

1. bij gewone interne en chirurgische zieken is de verpleging van mannen door vrouwen over het algemeen niet af te keuren.

2. de hulp van mannelijk personeel is in groote ziekenhuizen met het oog op het geven van baden en douches, en voor de verpleging van bepaalde gevallen, onmisbaar.

3. bij krankzinnigen, idioten en zenuwlijders is de verpleging van mannelijke patienten door vrouwen slechts voor een klein deel aan te bevelen.

Door de vergadering werden zij alle ongewijzigd aangenomen.

In den boezem der Vereenigingen bestond de wensch naar meer belangstelling, voornamelijk bestaande in drukker bezoek der Jaarvergaderingen. De Voorzitter bepleitte het gemeenschappelijk houden dezer vergaderingen, waarbij de onderscheiden Vereenigingen de interne zaken ieder afzonderlijk zouden kunnen afdoen, doch waarbij tevens gemeenschappelijke bijeenkomsten zouden gehouden worden, met referaten ter inleiding van gedachtenwisseling over onderwerpen van belang voor al de Vereenigingen, voor alle belangstellenden toegankelijk; kortom de samenkomst zou het karakter hebben van een congres in het klein. Dit congres zou den naam dragen van „barmhartigheidsweek". Ofschoon verschillende Vereenigingen er bezwaar tegen hadden haar eigen jaarvergaderingen prijs te geven, (Vrederust) met het oog op een meer plaatselijk arbeidsveld, vond het denkbeeld algemeen instemming.

Besloten werd den voorbereidenden arbeid op te dragen aan de H.H. Lindeboom, Visscher en van Boetzelaer, en Ermelo als plaats van samenkomst vast te stellen.

Organisatie van dienende broeders en zusters.

De daaromtrent uitgebrachte rapporten stelden in het licht, dat alle Vereenigingen organisatie ongewenscht achten. Toch moet er

Sluiten