Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Eenig resultaat kon toch van die Vergadering worden geboekt namelijk dit, dat op voorstel van 's Heeren-Loo besloten werd aan de conclusies een nieuwe conclusie toe te voegen luidende:

„De Vereenigingen erkennen de dienstjaren van het personeel, in „andere aangesloten Vereenigingen of Stichtingen doorgebracht, „met dien verstande, dat voor al die jaren geldt de pensioenregeling „van de betrokken Vereeniging zelve, niet van die, waarin hij of zij „vroeger gediend heeft."

De zaak kwam op de Bestuursvergadering van 14 Maart 1922 opnieuw ter sprake.

Besloten werd, ten einde tot overeenstemming te komen, dat een Commissie uit het Bestuur, bestaande uit de heeren Prof. Visscher, Dr. Scheurer en Dr. van Dale, de bezwaren nader onder het oog zou zien en hieromtrent op de Bestuursvergadering van 14 Juni 1922 zou rapporteeren.

Aan de hand van dit rapport werd besloten een rondschrijven te richten aan de Besturen der aangesloten Vereenigingen, met verzoek een afgevaardigde te willen benoemen tot bijwoning van een Vergadering op Donderdag 19 Oct. 1922 te Utrecht.

Op de Algemeene Vergadering van den Bond van 24 November 1922 werd rapport uitgebracht omtrent bovenstaande Vergadering te Utrecht, en werd tevens een

PROEVE VAN BEREKENING voor het Algemeen Pensioenfonds

overgelegd, welke aan de afgevaardigden in afschrift werd toegezonden.

Naar aanleiding hiervan besloot de Vergadering de aanhangige plannen nader te doen uitwerken, opdat elke Vereeniging zou kunnen beoordeelen of aansluiting bij zulk een gemeenschappelijk Pensioenfonds ook voordeeliger ware dan het stichten van een eigen pensioenfonds.

De Commissie kon zich te dien einde de hulp verzekeren van een deskundige op dit gebied, en zou trachten binnen 3 maanden met haar arbeid gereed te zijn.

Als „deskundige" werd benoemd Prof. J. J. A. Muller te Zeist.

In Augustus 1923 kwam de Commissie met haar arbeid gereed, en kon aan de aangesloten Vereenigingen het rapport worden aangeboden.

Op de Algemeene Vergadering van Donderdag 22 November 1923 kwam bedoeld rapport in behandeling, waarbij al direct bleek dat

Sluiten