Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 20.

Zij moeten, zoo spoedig mogelijk, nauwkeurig ingevuld aan de Directrice verzenden de hun uitgereikte missive, betrekking hebbende hetzij op het gaan in, of het komen uit verpleging; hetzij op het niet kunnen verplegen tengevolge van ziekte, ongeval of anderszins.

Art. 21.

De leden zijn verplicht, alle verplegingen, waartoe zij volgens hun diploma's bevoegd zijn, en die hun door het Bureau worden aangewezen, aan te nemen, tenzij een minder goede gezondheid dit ongewenscht maakt.

Behoudens dringende omstandigheden, ter beoordeeling van de Directrice, zijn zij verplicht aan de aanvrage om verpleging, van het Bureau uitgaande, te voldoen, mits deze verpleging behoort tot de soort verpleging, waarvoor zij zich hebben opgegeven.

Art. 22.

Zij zijn verplicht, waar in de verpleging, die zij van het Bureau hebben aangenomen, meerdere hulp noodig mocht zijn, den aanvrager naar het Bureau te verwijzen.

Art. 23.

In buitengewone tijden, b.v. bij epidemieën, behoeven zij, om vacantie te nemen, de toestemming van de Commissie van Toezicht.

Art. 24.

Zij hebben het recht, bij doorloopende verpleging, zich minstens 2 uur per etmaal (gedurende de dagverpleging 1 uur) in de buitenlucht te begeven, en 8 uur per etmaal, (zoo mogelijk) in een afzonderlijk slaapvertrek te rusten. De maaltijden dienen zooveel mogelijk, en in elk geval bij besmettelijke ziekten, buiten de ziekenkamer genoten te worden.

Art. 25.

Zij zijn verplicht, de geheele zorg voor de ziekenkamer op zich te nemen, doch behoeven andere werkzaamheden, met de verpleging niet in verband staande, niet te doen.

Art. 26.

Bij klachten uit verplegingen zoowel als bij het niet voldoen aan deze voorschriften, kan de Directrice het betrokken lid onderaan de lijst plaatsen; zij geeft daarvan kennis aan de Commissie van

Sluiten