Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

X. De Kruistochten.

Palestina was voor de Christenen een heilig land. Wie daarheen als pelgrim een bedevaart deed, verkreeg vergeving van zonden. Toen de Turken, een Mohammedaansch volk, Palestina in bezit hadden genomen, werden de pelgrims op allerlei wijze gekweld.

Dat mocht niet geduld. Peter van Amiens riep allen op, om het „Heilige graf" uit de macht der ongeloovigen te bevrijden. Toen plaatste paus Urbanus zich aan het hoofd der beweging. De onderneming moest van de Kerk uitgaan: zij moest een Kruistocht zijn, d.w.z. een strijd onder het teeken van het kruis, om dat kruis te doen zegepralen over het ongeloof. En dan moest Palestina een Christelijke staat worden onder oppergezag van de Kerk.

„God wil het!" riep men. Zeker, zonder Gods wil geschiedt er niets; zonder Zijn wil had ook deze gebeurtenis niet plaats, die voor het maatschappelijk leven zulke groote gevolgen had, gelijk we ook uit onze geschiedenis weten. Maar God wilde niet, dat men het zwaard in dienst der Kerk zou gebruiken; God wilde niet, dat Palestina en Jerusalem blijvend uit de macht der ongeloovigen zou verlost worden.

Gedurende bijna twee eeuwen is men „ter kruisvaart" getogen; Jerusalem werd veroverd; van 1098—1187 bestond er een „Koninkrijk Jerusalem", maar 't was voor een tijd. De kruistochten zijn mislukt.

De kruistochten hebben de Kerk rijk gemaakt en de macht van den paus zeer uitgebreid.

XI. Bernhard van Clairvaux.

Het kloosterleven is in strijd met Gods Woord. Ook de mannen en vrouwen, die uit ware vroomheid zich in een klooster terugtrokken, waren op een dwaalweg. Dat neemt

Sluiten