Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

list. Want, aangehitst door de „geestelijkheid" en den paus, hadden Catharina de Medicis en koning Karei IX het op hun geheelen ondergang toegelegd. Het moordplan werd nauwkeurig vastgesteld. De feesten bij gelegenheid van het huwelijk van Hendrik van Navarre met Margaretha, de zuster des konings, gaven een goede gelegenheid, om alle aanzienlijke Hugenoten naar Parijs te lokken. De bruiloft zou een „bloedbruiloft" worden. In den Bartholomeusnacht van 24 Augustus 1572 begon te Parijs de gruwelijke moord. Coligny was een der eerste slachtoffers. In geheel Frankrijk werden 100000 menschen omgebracht.

Uitgeroeid waren de Hugenoten niet. Onder aanvoering van Hendrik van Navarre streden zij voor hun rechten en de oorlog eindigde eerst, toen deze als Hendrik IV in 1589 koning van Frankrijk werd. Deze gaf in 1598 bij het edict van Nantes aan de Hugenoten bijna gelijke rechten met de Roomschen.

Kort na Luthers dood in 1546 brak in Duitschland de godsdienstoorlog uit. 't Scheen, alsof het Protestantisme zou ondergaan. Maar de Heere gaf uitkomst en Karei V moest in 1555 bij den vrede van Augsburg vrijheid van godsdienst toestaan.

Slechts kort mochten de Duitsche Protestanten zich in ongestoorde rust verheugen. De Roomsche kerk zocht weer tot heerschappij te komen overal, waar zij die verloren had. Het waren vooral de Jezuïeten, een monnikenorde, in 1540 door Loyola gesticht, die elk middel goed genoeg achtten, om dat doel te bereiken. Zij oefenden vooral als „biechtvaders" op de aanzienlijken en aan de hoven der vorsten een grooten invloed uit. De Protestanten werden al brutaler bemoeilijkt, de partijen kwamen al vijandiger tegenover elkander te staan en in 1618 brak in Bohemen, het land van Huss, de openlijke strijd uit, die aanleiding werd tot den vreeselijken dertigjarigen oorlog, waardoor een groot deel van Duitschland verwoest werd en duizenden omkwamen.

In 1630, toen de krijg reeds 12 jaren had gewoed, zag het er voor de hervormden allertreurigst uit. In Bohemen was de

H. Lanlamp, Kleine Kerkgeschiedenis. 3

Sluiten