Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in de moeilijkste omstandigheden. Aan de belangen van zich en de zijnen dacht hij in de laatste plaats. „Dat men ons vertrappe, mits het ons vergund zij, hulpe te bieden aan Gods Kercke," schreef hij aan zijn trouwen vriend M a r n i x.

En die Kerk is hier geplant in het bloed der martelaren en ook in het zijne.

Bij de Vaderlandsche geschiedenis hebben wij van al deze dingen gehoord.

„Ik zal handhaven". Dat heeft ook Prins Maurits gezegd, toen de Kerk in nood verkeerde en hij haar bevrijdde van Remonstrantsche overheersching.

Willem III, Prins van Oranje, kennen wij uit onze geschiedenis. In zijn tijd was het het rusteloos streven der Jezuieten in de Protestantsche landen, de macht van Rome weer te herstellen. Aan het hof van Lodewijk XIV van Frankrijk en ook in Engeland onder de regeering van Karei I en Jacobus I was hun macht zeer groot. Wij zouden het ondervinden. In 1672 besloot Lodewijk XIV in verbond met Engeland ons land te veroveren. Hij schreef aan de Roomsche regeeringen: „Deze oorlog zal strekken tot voortplanting van het geloof en tot straf der ketters".

't Is niet gelukt. Willem kwam aan 't hoofd der Republiek en heeft met Gods hulp Kerk en Staat gered.

Maar de vijand sluimerde niet. In 1685 brak in Frankrijk een geloofsvervolging uit gruwelijker dan ooit te voren. En in Engeland trachtte Jacobus II eveneens de Kerk des Heeren uit te roeien. Weer was Prins Willem de dienstknecht des Heeren, om dit kwaad te stuiten.

Gehuwd met Jacobus' dochter Maria, riepen de Engelschen hem te hulp en met een sterk leger stak hij in 1688 naar Engeland over. In de banen van zijn vlag stond geschreven: „ Voor de Protestantsche Religie en de vrijheden van Engeland. Je maintiendrai". Dat is geschied. Jacobus werd verdreven,

Sluiten