Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Voorbericht bij den eersten druk

Het geschrift, dat ik hierbij in 't licht geef, wil niet anders zijn dan een bescheiden poging om het verschijnsel van het „ongeloof", zooals zich dat in onze dagen vertoont, eenigszins te belichten. In mijn 16-jarige praktijk, waarvan ik ruim 10 jaar in Rotterdam en Amsterdam doorbracht, heb ik op huisbezoek herhaaldelijk gesprekken moeten voeren met „ongeloovigen". Ik zet dit woord tusschen aanhalingsteekens, omdat uit dit geschrift blijken zal, dat deze ongeloovigen voor 't grootste deel niet behooren tot wie men in den eigenlijken zin des woords daaronder rekenen mag. Wat ik in die gesprekken hoorde, opmerkte en antwoordde vindt men hier terug.

Ik heb somtijds den indruk gekregen, dat deze gesprekken niet geheel vruchteloos waren. En zóó hoop ik, dat, wat ik geschreven heb, velen bereiken moge en er ook toe moge medewerken om het verschijnsel „ongeloof" beter te leeren zien en begrijpen. Hierdoor zal dan tevens wellicht de weg gebaand worden voor het geloof, dat m.i. de grond is van het ware leven.

Bij den tweeden druk

Het verheugt mij dat de eerste oplage uitverkocht werd en een tweede druk noodzakelijk was. De vele gunstige beoordeelingen schonken mij de overtuiging, dat het boekje niet overbodig was. Van enkele mij gemaakte opmerkingen maakte ik dankbaar gebruik om een enkele verandering of uitwijding aan te brengen. Moge dit werkje in zijn nieuwen vorm wederom den weg tot veler hart vinden.

De Schrijver.

Sluiten