Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Inleiding

Het spreken over godsdienst en geloof is overbodig en doelloos, wanneer hieraan geen behoefte bestaat. Zij, die deze behoefte niet of ternauwernood kennen of bij wie ze langzamerhand weggestorven is, zullen geen belang stellen in godsdienstige vraagstukken en ten gevolge daarvan zal alles, wat tot verdediging en aanbeveling van den godsdienst aangevoerd wordt, voor hen weinig overtuigende kracht bezitten. Gelijk kan slechts door gelijk begrepen worden. Iemand, die ontbloot is van kunstzin, zal moeilijk gebracht kunnen worden tot waardeering van de groote beteekenis van de kunst voor het leven van den mensch, evenals hij, die van wetenschappelijken zin verstoken is, kwalijk te overtuigen zal zijn van de waarde, die de beoefening der wetenschap heeft voor den enkelen mensch en voor de menschheid. Iemand overtuigen is alléén mogelijk als hij overtuigd kan en wil worden. Wij leven in een tijd, die zeker niet lijdt aan geringschatting van wetenschap en kunst en al komt nog geenszins elke aanleg tot ontwikkeling — de maatschappelijke toestanden, armoede en gebrek verhinderen immers nog maar al te dikwijls de volkomen ontplooiing van het geestelijk leven der minder-bedeelden — beide kunnen zich verheugen in de belangstelling van het thans levend geslacht en zijn in menig opzicht zijn troetelkinderen. Ja, soms is het, alsof zij goddelijk vereerd worden. De tijden echter, waarin de godsdienst de eereplaats

Sluiten