Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ouders en opvoeders dit altijd bedacht, dan zouden er heel wat minder „ongeloovigen" zijn.

Een derde groep „ongeloovigen" wordt gevormd door hen, wier levenservaring en wetenschappelijk inzicht in botsing kwamen met de begrippen, welke men hun in de kinderjaren omtrent God en wereld bijbracht. Vele „ongeloovigen" stammen van orthodox-Protestantschen of van Roomsch-Katholieken huize. Hun dogmatisch en op gezag aanvaarde geloof kon zich niet handhaven bij het licht der later-opgedane kennis of bij het met de leer spottende leven. Het dogma, dat immers de verstandelijke omschrijving is van een geloofswaarheid en altijd voor een bepaalden tijd geldt, is te nauw voor het steeds zich ontwikkelend geloofsleven, dat gepaard gaat met en afhankelijk is van de ontwikkeling van het geheele geestelijk leven des menschen, vooral, wanneer deze ontwikkeling in vrijheid plaats grijpt. De angstvallige zorg, waarmede de Gereformeerde en de Roomsche kerk hare kinderen, hare jonge mannen en jonge dochters omringen, kan, met name in de groote steden, voor aanraking met andersdenkenden niet behoeden. En deze aanraking is voor het dogmatisch geloof dikwijls, zeer dikwijls, gevaarlijk. De Roomsche kerk ageert met alle macht tegen het gemengde huwelijk. Van haar standpunt terecht. Want bij de huwelijken tusschen Roomschen en niet-Roomschen delven de eersten, wat hun geloof betreft, vaker het onderspit dan de laatsten. Ik zou dit uit mijn ervaring als predikant kunnen bewijzen. De Gereformeerde predikanten in Amsterdam hebben er over geklaagd,

Sluiten