Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zelf heeft, dat zij den mensch versterking van zijn kracht ten goede, bevestiging van zijn zedelijk karakter, wasdom van zijn hooger innerlijk bestaan schenkt, zóó straft de zonde hem, die haar bedrijft, met het verlies van dezen innerlijken groei en van zijn innerlijk wezen. Hoe meer de mensch zondigt, des te meer wordt hem het leven tegen het geweten in tot een gewoonte en des te moeielijker valt hem het besluit om het goede te doen." De straf der zonde is niet iets, dat van buiten wordt toegevoegd aan onze overtredingen, maar iets, dat zich van binnen naar buiten daaruit ontwikkelt en daarvan onafscheidelijk is. 2) Wordt de mensch door zijn lagere instincten voortgedreven en beheerscht, dan sterven de hoogere begeerten en behoeften weg, en, zooals het door Jezus in de gelijkenis van den Verloren Zoon zoo treffend wordt aangeduid, stelt de mensch zich tevreden met den draf, waarmede de zwijnen zich voeden. Daarom kan er bij een zondig leven ook geen sprake zijn van een gezonde en reine levensverhouding tot God. De zonde doodt den aanleg tot vroomheid. Wie de zonde dient is een dienstknecht der zonde en kan God niet dienen.

Het Christendom predikt de verlossing uit de macht van de zonde zooals het Buddhisme de leer is van de verlossing van het lijden. Het Christendom beschouwt den mensch als bestemd voor het kindschap Gods. De verlossing bestaat hierin, dat de mensch, met dezen aanleg en met deze bestemming begiftigd, zijn bestemming bereikt. Daarvoor is allereerst noodig, dat hij de behoefte aan verlossing kent, m.a.w., dat hij zich bewust is zondig te zijn. Dit bewustzijn missen velen, hetzij door hun eigengerechtigheid, waardoor zij wanen, dat zij geen zonde doen, hetzij doordat zij zich tevreden stellen met het bereiken van burgerlijke braafheid en maat-

1) Wendt, System der Christlichen Lehre.

2) Busken Huet.

Sluiten