Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schappelijke onbesprokenheid. Er is ook thans een Farizeesche hoogmoed, die zegt : ,,Ik dank u, o God, dat ik niet ben als de andere menschen." Er is een zelfgenoegzaamheid — teekenend woord — die niet komt tot het gevoel van zwakheid en kleinheid en volstrekt niet begrijpt het woord van Seneca : „Wij zondigen zoolang wij leven." Deze waan, die met geestelijke armoede gepaard gaat, is moeilijk te genezen. Misschien is het mogelijk door het woord, dat een belofte inhoudt voor de nederigen, maar een bedreiging voor de hoogmoedigen : „Vele laatsten zullen de eersten zijn, vele eersten de laatsten" 1) of door dit andere woord van Jezus : „Zoo gij niet als een der kinderen wordt, dan zult ge het Koninkrijk Gods niet ingaan." 2)

Naast deze eigengerechtigen vertoonen zich anderen, die zich zelf geen hoogeren maatstaf aanleggen dan dien der burgerlijke braafheid, die zich vergelijken met hun vrienden en kennissen, gewone menschen als zij zelf zijn. Dit zijn de bloedelooze menschen, de menschen zonder idealen, zonder hoog levensdoel, de menschen van het juiste midden, die den gewonen weg den gemakkelijksten en besten vinden, de eerzame burgers, de kalme stadgenooten, de tamme mede-christenen ; ze doen niemand kwaad en vinden een slecht mensch een vreeselijk wezen, met wien ze niet gaarne omgaan ; ze hebben het Christendom tot een niet al te zware levensleer gemaakt en idealisten zijn in hun oogen onmogelijke menschen ; ze zijn er in geslaagd een vergelijk te treffen met God en hun geweten en glimlachen om degenen, die hun levenskar vastmaken aan een ster; ze contribueeren aan 't Leger des Heils, dat de arme zondaren helpt en tot bekeering brengt en zitten in 't bestuur van de een of andere liefdadige vereeniging. Maar wat ze niet doen — dat is opzien naar de wolken van getuigen, welke spreken van

1) Matt. 19:30.

2) Matt. 18:2.

Sluiten