Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

len, die ik noemde, feitelijk van „ongeloof" gesproken worden ?

In een studie x) over de vraag : Zijn er atheïsten of niet ? zag ik de onderscheiding maken tusschen negatief en positief ongeloof. Negatief ongeloof was volgens den schrijver, onbekendheid met God ; het positief ongeloof bestond in de loochening van God hetzij op gronden van het verstand of van den wil. Deze onderscheiding overnemende kan ik zeggen, dat ik tot dusverre slechts over negatief ongeloof gesproken heb. Immers ik noemde : de ongodsdienstig en de over-godsdienstig opgevoeden ; hen, die den godsdienst in een dogmatisch kleed ontvingen en met verkeerde voorstellingen omtrent geloof en ongeloof de wereld ingingen ; bij wie onharmonische ontwikkeling der geestelijke gaven den aanleg voor godsdienst onderdrukte of die in een leven van oppervlakkigheid en zonde dien aanleg te gronde lieten gaan. In den grond is bij hen allen de verklaring van hun ongeloof te zoeken of in onbekendheid met den godsdienst en wat hiermede samenhangt of in een onbekwaam zijn om deze dingen te vatten en te behouden. Hier is dus meer onwetendheid dan ongeloof. Zooals de profeet Hozéa reeds klaagde : „Er is geen kennisse Gods in het land", zóó kunnen wij in onze dagen dezelfde klacht herhalen. Maar hoevele duizenden ook behooren tot de verschillende groepen, die ik noemde, het bestaan van dit ongeloof kan niet gebruikt worden om de rechtmatigheid van het geloof aan te vallen.

Is er vóórbeschikking tot ongeloof?

Naast dit negatief ongeloof vertoont zich het positief ongeloof. Maar vóórdat wij de verschillende vormen nagaan, waarin dit ongeloof zich vertoonen kan,

i) Religion und Geisteskultur. 7e jaargang, blz. 173 vlg.

Sluiten