Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

d.i. naar een rechtvaardiging van het Godsbestuur, een vraag, die vooral in de Christenheid voortdurend rijst. Natuurlijk. Want het Christendom predikt behalve de Almacht ook de Heiligheid en de Liefde Gods. En daarom is er ook nooit meer getwijfeld dan door Christenen, omdat de ervaring zooveel te zien geeft wat schijnbaar in strijd is met wat het geloof omtrent God verzekert.

Er is geen reden om, wanneer men den menschelijken geest bezig ziet met pogingen om klaarheid te verwerven, aan aanmatiging te denken. Onze geest is zoo aangelegd, dat hij alle dingen onderzoekt, de diepten Gods, zooals Paulus zegt, niet uitgezonderd. *) En in plaats van daarin aanmatiging te zien van den kleinen mensch tegenover den Allerhoogste, kan men daarin zoeken het streven om het geloof te handhaven en te beveiligen tegen aanvallen, welke de levenservaringen daarop richten, en tegen de bezwaren, welke uit die ervaringen voor verstand en hart beide oprijzen. Want hierom gaat het : het handhaven van het geloof. Prof. v. Oosterzee heeft zeer terecht opgemerkt : ,,dat de vraag voor ons niet mag zijn of zich raadselen in de wereld opdoen, maar of die van zulk een aard zijn, dat zij ons dwingen het geloof aan Gods wijsheid en goedheid te verzaken."2) En Prof. Bruining in zijn mooie brochure „Het geloof aan God en het kwaad in de wereld"3) formuleert dit aldus : „Ons streven moet zijn : tot het inzicht te komen, dat het bestaan van zonde en lijden geen bezwaar behoeft te zijn, geen bezwaar mag zijn, tegen het geloof, dat de Macht, die het Al beheerscht, eene Macht is van heilige liefde." Men voelt, dat dit bescheidener is dan wat de theodicee oudtijds beoogde nl. eene zoodanige beschouwing van het lijden, dat ook dit zich liet erkennen als eene werking van de liefde Gods ;

1) i Cor. 2 : 10.

2) Aangehaald bij Lamers, Wetenschap van den Godsdienst II, 849.

3) Serie „Levensvragen" Hollandia-Drukkerij.

Sluiten