Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wij in iederen mensch moeten aannemen een natuurlijken aanleg tot — en daar aanleg bij den mensch behoefte aan ontwikkeling beteekent — en een ingeschapen behoefte aan gemeenschap met God. Vroomheid behoort bij het geestelijk leven van den mensch en bloeit daaruit bij normale ontwikkeling vanzelf op. Om deze stelling te bewijzen, noem ik allereerst het verschijnsel : de algemeenheid van den godsdienst of liever de algemeenheid van het geloof in een hoogere macht.

Hoe verschillend het geloof zich ook voordoet en welken verschillenden inhoud daardoor ook de godsdienst der onderscheiden volkeren en tijden aanneemt : van godsdienst mogen we spreken diar, waar, naar Tiele's woord, aanbidding is van hoogere machten. Welnu, wanneer we weten, dat de menschheid overal de blijken geeft godsdienst te bezitten, dan is dit een groote steun voor onze overtuiging, dat de godsdienst bij de menschelijke natuur behoort. Het bestaan van den godsdienst is een getuigenis omtrent den menschelijken geest zooals het bestaan van kunst en wetenschap.

Maar, zijn er dan geen menschen zonder godsdienst ? Lubbock heeft getuigenissen van onderzoekers verzameld, die verklaren, dat sommige Australische stammen, Boschjesmannen, Vuurlanders en stammen in Brazilië godsdienstloos zijn. Anderen zooals Tylor en Roskoff hebben dit ontkend. Natuurlijk hangt bij deze verklaringen veel af van wat onder godsdienst verstaan wordt. Genoemde Lubbock geeft toe, dat er bij die stammen bestaat : vrees voor 't onbekende, geloof aan tooverij enz. Maar hij vat dit niet op als godsdienst, omdat deze altijd de godsidee met zich medevoert. Doch dit is een enge opvatting, want, wat Lubbock godsdienstloosheid noemt, mag gelden als een lage vorm van den godsdienst. Tooverij hangt samen met animisme en fetischisme : de leer, dat zielen en geesten vrij omzweven of in afzonderlijke voorwerpen besloten zijn. Immers door tooverij tracht men den

Sluiten