Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

9. Welk oordeel sprak God over den satan uit? Dat het Vrouwenzaad de slang, dat is den satan,

den kop vermorzelen zou. Gen. 3 : 156.

10. Waaraan zouden Adam en Eva onderworpen zijn ?

Aan allerlei smart, moeitevollen arbeid en eindelijk aan den dood. Gen. 3 : 16—19.

11. Bleef nu de hof van Eden hunne woonplaats? Neen; de Heere God verzond hen uit den hof van

Eden, om den aardbodem te bouwen. Gen. 3 : 23.

12. Hebben Adam en Eva alleen voor zichzelven gezondigd ?

Neen; door hunne misdaad zijn wij en al hunne nakomelingen ook schuldig en verdorven geworden. Rom. 5 : 12.

VIJFDE LES.

De eerste nakomelingen.

1. Wie waren de eerste zonen van Adam en Eva ? Kaïn en Abel; de eerste werd een landbouwer en

de tweede een schaapherder. Gen. 4 : 1, 2.

2. Wat deden ze op zekeren tijd?

Zij brachten beiden den Heere een offer. Gen. 4: 3, 4.

3. Wiens offer zag de Heere aan?

Dat van Abel; maar Kaïns offer zag Hij niet aan. Gen. 4 : 4, 5.

4. Waarom ?

Abel bracht een offer des geloofs, maar Kaïn niet. Hebr. 4:11.

5. Hoe nam Kaïn dit op?

Kaïn ontstak zeer, en zijn aangezicht verviel. Gen. 4 : 5.

6. Hoever ging Kaïns haat en nijd tegen zijn broeder ? Zoover, dat Kaïn zijn broeder Abel doodsloeg.

Gen. 4 : 8.

Sluiten