Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 2.

Van den Zondvloed tot Abraham. ZEVENDE LES. De zondvloed.

1. Voerde God het oordeel van den zondvloed aanstonds uit?

Neen; Hij gaf het afvallige menschdom nog 120 jaren tot bekeering. Gen. 6 : 3.

2. Wat deed Noach gedurende dien tijd van Gods lankmoedigheid ?

Hij predikte bekeering, en bereidde op Gods bevel een ark tot behoudenis van zich en zijn huisgezin. Gen. 6 : 14—22.

3. Hoe groot was deze ark?

De ark, een drijvend vaartuig, was 300 el lang, 50 breed en 30 hoog, afgedeeld in drie verdiepingen. Gen. 0 : 14—16.

4. Was de ark alleen bestemd voor Noach en zijn huisgezin ?

Neen; Noach moest op Gods bevel ook eenige dieren van elk soort met zich in de ark nemen. Gen. 6 : 19, 20.

5. Hoeveel van elke soort?

Van de reine dieren 7, van de onreine 2. Gen. 7 :2.

6. Kwam het water hoog op de aarde ?

Ja; zóó hoog, dat alle hooge bergen onder den ganschen hemel bedekt werden. Gen. 7 : 19

7. Hoeveel menschen werden er behouden in de ark? Niet meer dan acht menschen: Noach, zijne vrouw,

zijne drie zonen en de vrouwen zijner zonen. Gen. 7:13.

8. Hoelang is Noach in de ark geweest?

1 jaar en 10 dagen.

Sluiten