Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DRIEËNTWINTIGSTE LES.

l>e tijd der Kichteren.

1. Bleven de Israëlieten na den dood van Jozua den Heere dienen?

Neen; toen na Jozua's dood een ander geslacht opstond, weken zij af van den Heere, en dienden de afgoden, Richt. 2:7—13.

2 Wie verleidden hen telkens weder tot de afgoderij? De heidensche volken, die zij in Kanaan hadden overgelaten. Richt. 3:5—7.

3. Strafte de Heere zijn volk ook over die zonde? Ja; Hij liet hen door de omliggende volken zwaar

en menigmaal verdrukken. Richt. 2:14.

4. Verloste de Heere zijn volk ook weer?

Ja; wanneer zij zich verootmoedigden, gedacht Hij zijns verbonds, en verloste Hij zijn volk telkens weder.

5. Door welke mannen verloste God zijn volk telkens weder?

Door Richters.

6. Wat waren de Richters voor mannen? Legerhoofden, die God door zijn Geest aanvuurde

■en bijstond om de Israëlieten van hunne verdrukkers te verlossen

7. Hoeveel Richters zijn er geweest ?

Veertien; waarvan de voornaamste zijn: Barak,

Gideon, Jeftha, Simson en Samuël.

8. Wat heeft Barak gedaan ?

Gesteund door de profetesse Debora, heeft Barak het leger van Jabin, den koning der Kanaanieten, verslagen. Richt. 4:1—16

9. Wie doodde Sisera, den aanvoerder van het

leger van Jabin ?

Jaël, de huisvrouw van Heber, doorboorde zijn hoofd met een nagel. Richt. 4: 17 24

Sluiten