Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

7. Waar was Johannes de Dooper in dezen tijd werkzaam ?

Johannes doopte toen te Enon bij Salim, waar vele wateren waren. Joh. 3: 23.

8. Was Johannes niet naijverig op Jezus ? Integendeel; hij verklaarde, dat Jezus moest wassen en hij minder worden. Joh. 3:30.

9. Hoe wees Johannes zijne discipelen en de schare op Christus ?

Johannes wees hen op Christus als op het Lam Gods, dat de zonde der wereld wegneemt. Joh. 1:29.

10. Bleef Jezus te Jeruzalem en in Judéa?

Neen; Hij verliet ludéa en ging wederom naar

Galiléa. Joh. 4: 3.

11. Welken weg nam Jezus ?

Jezus ging ditmaal door Samaria. Joh. 4:4.

12. Wie ontmoette de Heere op dien weg aan de Jakobsbron ?

Eene vrouw uit Samaria, met wie Hij een belangrijk gesprek aanknoopte. Joh. 4: 5—28.

13. Wat was de uitkomst van dat gesprek ? Dat die vrouw hare zonde bekende, en beleed,

dat Jezus de Christus was. Joh. 4:19, 29.

14. Had dit nog grooter gevolg?

Ja; velen der Samaritanen geloofden in Jezus, en beleden Hem als den Christus. Joh. 4:40 —42.

VIJFDE LES.

Jezus wederom in Galiléa.

1. Welk tweede wonder heeft Jezus in Galiléa verricht ?

Hij genas er den zoon van een koninklijk hoveling, die te Kapernaüm woonde. Joh. 4 : 45- 54.

2. Hoe ging het Jezus in zijne vaderstad Nazareth ? De inwoners van Nazareth verwonderden zich

over zijne aangename woorden. Luk. 4 : 22.

Sluiten