Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

moedig, maar anderen zeiden, spottende: „Zij zijn vol zoeten wijns." Hand. 2 : 12, 13.

6. Bleef het hierbij ?

Neen: op Petrus' vrijmoedige prediking werden op dien dag omtrent drie duizend zielen bekeerd. Hand. 2 : 41.

7. In wiens naam werden die drie duizend gedoopt? In den naam van den Heere Jezus Christus, dien

zij gekruisigd hadden. Hand. 2:38.

8. Wat ontstond er nu te Jeruzalem ?

De eerste Christelijke gemeente.

9. Breidde die gemeente zich spoedig uit?

Ja; de Heere deed dagelijks tot de gemeente, die zalig werden. Hand. 2 : 47.

10. Hoe lief hadden zij elkander ?

De menigte der geloovigen was één hart en ééne ziel. Hand. 4: 32.

11. Waarin bewezen zij dit?

Zij verkochten hunne goederen en have, en verdeelden dezelve aan allen, nadat elk van noode had. Hand 2:45.

12. Aan welke zonde maakten zich Ananias en Saffira schuldig?

Dat zij een deel van het verkochte onttrokken, onder voorgeven dat zij alles brachten. Hand 5 ■. 1,2.

13. Tegen wien bezondigden zij zich hiermede ? Zij logen, zeide Petrus, tegen den Heiligen Geest.

Hand. 5 : 3, 4.

14. Welke straf trof hen ?

Dat zij beiden dood ter aarde vielen. Hand. 5:5—10.

ZESTIENDE LES.

Vervolging en uitbreiding- der gemeente. 1. Wat hebben de apostelen om Jezus' naam geleden? Zij hebben er gevangenis en geeseling om geleden. Hand. 5 18, 40.

Sluiten