Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

boetprediker zeggen. De visscher, die zich alleen gewaagd heeft op de onstuimige zee, voelt zich niet eenzaam, want banden van liefde binden hem aan het gezin, waarvoor hij dit gevaarlijke werk doet.

Laten we nu eens nadenken over de vereens zaming van den geest. Ik zie een menschenkind voor me, die zich „overkompleet" voelt in de wereld, die niet meer weet wat hij eigenlijk bes ginnen moet. Toen er onlangs in Kieff onder de studenten een enquête werd gehouden, bleek dat de jeugd nergens zoo onder lijdt als onder de eenzaamheid.

Denk eens aan het smartelijke verlangen van een menschenhart, dat ronddoolt in „de ijss woestijn der liefdeloosheid", aan de „geharnaste menschenziel" die opgesloten zit in den grafs kelder van het eigen ik, in het zwarte gat van een egocentrisch bestaan.

Het smartelijkste lijden duiden we meestal aan met het woordje „hel", dat is het Grieksche „Hades", wat we het best kunnen vertalen met „niet zien", het verzinken in een zwarten, dons keren, kouden kelder, waar spinnen zitten in iederen hoek, volgens de schrikkelijke voorstels ling van Dostojewsky's Sswidrigailows. De mensch ziet niemand en niets, behalve zich zelf, hij ziet niet met den blik der herinnering, niet met den blik der fantasie. Hij gaat geheel op in

Sluiten