Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

egoïsme. Wanneer de goddelijke vonk over* springt van het eene hart op het andere, d.w.z. op eenzelfde hemelsche vonk, die leeft in dat andere menschenhart, dan laaien die zielen op in vreugde, er ontstaat een machtige symfonie van licht, die reeds iets doet vermoeden van de triomf van waarheid en schoonheid, die wezen zal, als eenmaal „God alles in allen is".

Daaruit blijkt duidelijk en klaar de waarde van de religie voor de gemeenschap. Godsdienst is gemeenschap met God, — en in God met de menschen. Liefde moet iets verhevens zijn, en alleen in God vinden we een middelpunt, dat ons verheft boven alle scheidingen, dat onze ziel omhoog voert, zooals de geweldige golven van den oceaan schepen en booten opheffen, die vastgeloopen waren in het zand. God alleen kan ons redden uit de „zwarte put", en ons brengen in de onbegrensde klaarte van de oekumenische gemeenschap met de gansche schepping. En die vloedgolf is gekomen. Niet wij zijn opgekloms men tot God, maar Hij is in Christus tot ons gekomen. God is mensch geworden, om de mens schen op te heffen tot God. Is Christus niet de Verlosser, die ons verzoent met den Schepper en met de schepping?

Sluiten