Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toch ergens in zijn verwoeste ziel het evenbeeld draagt van God.

Door Christus leeren wij, in onze naasten den mensch te zien, en een mensch die waard is dat wij hem liefhebben. Zooals de kleine held uit Maeterlinck's „Blauwe vogel", vinden ook wij een edelsteen, die ons door zijn licht de wereld toont in al haar oorspronkelijke schoonheid en die schoonheid moet door de kracht der liefde weer worden hersteld.

Bekeering is een veranderen van richting; we wenden ons af van ons eigen ik, dat ons van allen scheidt, en we wenden ons toe naar God, die ons met allen vereenigt, door zijn wonders baar licht.

Het is de overgang van het bekrompen ego* centrische leven, naar een leven waar God in het middelpunt staat. Het felle kleine „ik" wordt vervangen door het cosmische „ik ben". Zooals ook Paulus zegt: „Niet meer ik leef, maar Christus leeft in mij". Hier heeft werkelijk een nieuwe geboorte plaats. Dat begint met gehoor* zaamheid aan God en het buigen van het eigen ik en wordt voleindigd in een loutering door het vuur van den Heiligen Geest en een omvors ming tot een nieuw creatuur, die bekwaam zal zijn te leven in den nieuwen hemel en op de nieuwe aarde, die komende zijn, en waar liefde en gerechtigheid zullen wonen.

Sluiten