Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te willen verbergen, vervolgers zitten hem op de hielen.

„Nu is het uur der wrake geslagen", is haar eerste gedachte. Maar op hetzelfde oogenblik herinnert ze zich het tragische moment, dat ze haar „Onze Vader" niet ten einde bidden kon. Een vreeselijke tweestrijd woedt in haar hart, een strijd tusschen het goddelijke en het mens schelijke. Opeens duwt ze den stakker in een kast, gooit hem de kleeren toe van haar broer om zich daarin te verkleeden.

Als ze dan, laat in den nacht, weer neerknielt, kan ze het onderbroken gebed ten einde spre* ken: „vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren". En tranen van onvermoede vreugde stroomen haar over de wangen.

Door dat kunstwerk is ons een diepzinnig antwoord gegeven op onze vraag: welke weg voert tot broederschap? Het antwoord zal telkens weer wezen: „De weg tot onze medemens schen voert over den terugkeer tot God, — door het gebed".

Eenheid en broederschap zullen dan zijn be= reikt, als we er toe komen kunnen, niet alleen met de lippen, maar ook met het hart dat ééne woord te spreken: Vader. Want pas als we kinderen Gods zijn, zijn we ook broeders.

Aan het groote gebed des Heeren moet een

Sluiten