Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOE VADER BRAKEL DACHT OVER HET DUIZENDJARIG VREDERIJK. —

Naar het oordeel van Vader Brakel, inzake het Duizendjarig Vrederijk op aarde, vraagt men nog al eens. Daarom willen we trachten zoo beknopt mogelijk, maar tegelijk zoo volledig mogelijk, hier zijne gedachten af te schrijven.

Wilhelmus a Brakel, in leven bedienaar des Goddelijken Woords te Rotterdam, heeft een bekend boek geschreven L o g i k è L a t r e i a, dat is:Redelijke Godsdie n s t, in drie deelen. In het 3de of laatste stuk geeft hij een verklaring van de O p e n b aringen van Jo hannes en daar zegt hij, bij de behandeling van hoofdstuk 20, onderscheidene dingen, rakende de leer van een D u izendjarig vrederijk op aarde. (Wij gebruiken de uitgave van R e d e 1 ij k e Godsdienst, verschenen bij D. Donner te Leiden. 1893).

Het eerste wat ons opvalt is, dat Brakel steeds spreekt van „een heerlijke staat der Kerk". Zijn gedachten gaan niet in de richting van de meeste Chiliasten. Maar hij verwacht een bizon¬

deren opbloei van de Kerk, een ideaal-toestand, wat duizend jaar duren zal. Hij zegt, dat hij 't wel niet beleven zal, maar hij verwacht, dat de bizondere geestelijke opbloei toch komen zal; en wel als de Paap en de Turk vernietigd zullen zijn; want dat zijn de instrumenten van den draak.

We beginnen met onze citaten of aanhalingen op blz. 317 en gaan dan verder.

Daar lezen we ('t gaat dus om de uitlegging van Openlb. 20) :

„Het eerste, dat na de vernietiging van den Antichrist" (dat is voor Brakel : Rome's Kerk) „komen zal, is een duizendjarige h e e r 1 ij k e staat der Kerk op aard e". Dan zal wèg genomen worden 't geen hinderen zou, door Satan te binden, opdat hij de volkeren niet meer verleiden zou. Hij zaait ketterijen, hij verblindt de zinnen der ongeloovigen, heerscht over hen en houdt ze onder zijne strikken gevangen en bestrijdt de geloovigen op allerlei wijze ; maar nu zou hem dat afgesneden worden en dat voor een tijd van „duizend jaren". „Dat is niet zóó te verstaan, alsof er in dien tijd van de duizend jaren volstrekt geene duivelen meer op de

Sluiten