Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De vrees voor het subjectivisme is in de Gereformeerde Kerken zoó groot, dat men meer en meer een prooi van het objectivisme dreigt te worden. Men keert zich niet alleen tegen ziekelijke afwijkingen van het leven des geloofs, maar alle spreken over de bevinding en over de verborgen leiding des Geestes wordt vaak contrabande. De verhouding van het subject tot het object des geloofs schrompelt bij velen hunner in tot de nuchtere verstandelijke overreding, dat Gods Woord de waarheid is.

Het gevolg van de doleantie met de daarmede verbonden godsdienstige en kerkelijke ontwikkeling is geweest, dat de gereformeerden buiten de Gereformeerde Kerken in het subjectivisme hebben volhard en voor zoover zij bezig waren zich daaraan te ontworstelen, daartoe zijn teruggekeerd. Na de doleantie openbaart zich opnieuw in de Hervormde Kerk een krachtige gereformeerde strooming, maar deze is dan mede uit reactie tegen de doleantie zeer subjectivistisch gekleurd. Onder onze menschen legt men gaarne den nadruk op bekeering en wedergeboorte, op de noodzakelijkheid van een bevindelijke kennis van Gods genade, zelfs in zulk een zin, dat het schijnt,

alsof de subjectieve kennis de grond der zaligheid vormt.

Evenwel niemand ontkomt aan den invloed van heerschende geestesstroomingen. Op het algemeene terrein der theologie valt in het begin dezer eeuw een kentering te bespeuren. Men keert zich meer en meer van het subjectivisme af om opnieuw naar een hechten objectieven grondslag te zoeken, waarop geloof en godgeleerdheid kunnen worden opgebouwd. Deze gedachtenwereld werkt ook krachtig onder ons als gereformeerde groep in de Hervormde Kerk na. Meer en meer beginnen velen, die vóór tien en twintig jaar aan een sterk bevindelijke prediking de voorkeur gaven, de gevaren daarvan in te zien. Het subject des geloofs, losgemaakt van het object des geloofs, wordt aan verarming en verdorring prijs gegeven. Terwijl men God bedoelde te verheerlijken, vervalt men tot menschvergoding en een heiligenvereering, die die van de Roomsche kerk gaat evenaren. Als de prediking van wet en evangelie wordt ingewisseld voor een beschrijving van der geloovigen bevinding, wordt geen nieuwe bevinding verwekt, maar een waanwijs volk geboren, dat niet meer behoeft geleid te worden door den H. Geest langs wegen, die

Sluiten