Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

volk terecht komen, dat zulke leidslieden heeft en dat zulk een Christus gepredikt wordt! Het lijkt wel soms, alsof onder ons de tijden van voor de Hervorming terug komen, van welke tijden Luther zegt, dat hem nooit een andere Christus was gepredikt, dan een zeer strenge, die alle zonde straft, zoodat hij van kindsbeen af nooit anders dan met vreeze en verschrikking aan dien geweldigen Christus gedacht had en hij het nooit had durven ondernemen om tot Hem de toevlucht te nemen.

De Christus van het Avondmaal is dezelfde als de Christus, die het evangelie ons predikt, zondaren tot zich roepend, opdat zij het leven mochten vinden in Hem, hen vriendelijk lokkend, gelijk een hen hare kiekens onder de vleugelen lokt. Het brood en de wijn, teekenen van zijn gebroken lichaam en vergoten bloed, spreken ons juist van zijn dienende liefde. Het is de belofte des verbonds, de onvoorwaardelijke belofte van vrije genade, die ons in en door het Avondmaal verzegeld wordt, dezelfde als die ons in den Doop wordt beteekend en bevestigd. Er is vrijheid voor een iegelijk zondaar om deze belofte te omhelzen en daarin weg te schuilen voor den vloek der wet, gelijk men in de kloof van een steenrots wegschuilt voor den storm. Christus is niet gekomen om rechtvaardigen, maar zondaren te roepen tot bekeering. Ook aan het Avondmaal worden wij

niet verwacht als rechtvaardigen, maar als zondaren, die midden in den dood liggen en die geen andere toevlucht zien en zoeken dan het Woord van Gods genade, dan de bloedige wonden van Christus Jezus.

Het spreekt van zelf, zonder dit geloof is het toegaan tot het Avondmaal ijdel, een ledige vorm, meer niet. Zonder dit geloof is echter ook het doen van belijdenis ijdel, een ledige vorm, meer niet. Voor het doen van belijdenis is even goed als voor de Avondmaalsviering noodig het geloof, dat Gods Woord, ook het Woord van genade, van harte gelooft, niet minder, maar ook niet meer.

Uit deze omschrijving volgt, dat in onze geloofsbelijdenis, in het doen van belijdenis des geloofs, het geloof onderwerp is en geen voorwerp. Wij belijden niet, dat wij het ware geloof bezitten, maar wij belijden te gelooven, dat Gods Woord en belofte waar is; wij belijden, Gods Woord en belofte van harte te gelooven.

Deze en gene zal hier misschien de opmerking maken, dat dit de omschrijving is van het historisch geloof, en niet van het' ware geloof. Hij vergist zich in zooverre, dat hij voorbijziet, dat het historisch- en het ware geloof eenzelfde voorwerp hebben. Het onderscheid zit niet in het voorwerp, maar in het onderwerp. Het ware geloof is van anderen aard en van andere natuur

Sluiten