Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dan het historische geloof ; het komt op uit anderen wortel en draagt andere vruchten, maar wat het voorwerp des geloofs betreft, is er geen verschil; anders zou men immers uit de belijdenis kunnen opmaken, of men met een historisch geloovige of met een tijdgeloovige heeft te doen, dan wel met een waar geloovige. Juist dit is het kenmerk van een historisch geloof, dat het op alles wat God van ons vraagt te gelooven, ja en amen zegt, zonder dat dit ja en amen waarheid is in het binnenste.

Wie dit voorbijziet, meent, dat hij zulke belijdenisvragen kan formuleeren, waarop alleen een waar geloovige ja kan zeggen. Men doet dat niet spoedig voor het doen van belijdenis, maar velen voelen wel den lust om dit te doen bij het Avondmaal of bij andere gelegenheden. Zij vergeten echter in de eerste plaats, dat de arglistigheid van den mensch voor geen enkele door ons getrokken streep halt houdt, en in de tweede plaats zien zij voorbij, dat dit niet kan, tenzij men het wezen des geloofs verwringt en de eigen bevinding tot voorwerp des geloofs maakt in de plaats van Gods Woord.

Daarom moet alle poging, om de belijdenisvragen zoogenaamd te verzwaren, worden afgewezen. Daarmede wordt niets bereikt dan dat men de harten der menschen afkeert van het eenvoudige Woord Gods om die te richten op eigen

zieleleven, alsof daar binnen in ons het heil te vinden ware.

Maar als er niet anders noodig is dan te gelooven, dat Gods Woord waarachtig is, zullen dan niet velen tot het doen van belijdenis komen, die het ware geloof missen ? Als er niet anders noodig is om Avondmaal te vieren, zullen dan niet velen toeioopen tot het Avondmaal, die daar niet behooren ? Niets anders dan.... tegen die uitdrukking heb ik bezwaar, want die beteekent in dit verband, dat het maar een kleinigheid is. Maar het is geen kleine zaak Gods Woord van harte te gelooven ! Och, vond het Woord des Heeren maar meer geloof !

Door te vragen, dat men Gods Woord, het Woord des Evangelies, geloove, komt men den zwakke te hulp en buigt men zich tot den kreupele neer om hem op te richten. Hier vindt de man, die zich aan alle zonden schuldig weet, vrijmoedigheid om zijn ja te stamelen ; hier vereenigt zich het ja van het kind in de genade met het ja van de vaders en moeders in Israël; in dit geloof is heel Gods Kerk één van den ouden dag tot nu toe.

En altijd blijft over, dat God de kenner des harten is, die over de oprechtheid van ons ja zal oordeelen.

Sluiten