Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

r

geloof zijn. Voor iemand, die belijdt, dat hij onbekeerd is, is de zelfbeproeving overbodig geworden ; 'hij zegt zelf, dat hij buiten het Koninkrijk Gods staat; hij behoeft dus niet meer te onderzoeken, of hij waarlijk binnen is.

Het wordt mij soms bang te moede, als ik over deze dingen schrijf. Wij zijn veel verder afgeweken dan menigeen denkt, en allerwege bepleistert men de breuk met looze kalk, want men denkt de breuk aan het oog te onttrekken door het gebrek aan geloof en bekeering, dat onder ons is, openlijk te belijden en dan deze stinkende belijdenis, want zij komt uit onbeschaamdheid op in plaats van uit een hartelijke verootmoediging, voor een bewijs van getrouwheid aan te zien.

Onder een vromen schijn haalt men allerwege de bandeloosheid in en men ziet niet, dat deze bandeloosheid het begin is van een zich losmaken van de Kerk niet alleen maar ook van den

godsdienst als zoodanig. In sommige streken van ons land, waar men gewoon is de dingen zwaar op te nemen, worden de teekenen daarvan reeds gezien, wijl kermis en danslokaal reeds nu de Kerk dreigen te verdringen, maar zelfs voor deze teekenen. blijft men blind en men durft dit alles nog te verontschuldigen door vromelijk te zuchten : wat zal men anders van den onbekeerd mensch verwachten.

Neen, God laat niet met zich spotten. Wie win. zaait, zal storm oogsten. Wie het onderneemt om de banden, waarmede God ons gebonden heeft, te ontbinden, zal de bittere vruchten daarvan moeten plukken.

Het wordt hoog tijd, dat de Gereformeerde richting in onze Hervormde Kerk zich van deze dingen bewust worde; anders doemt zij zich zelf ten doode.

Sluiten