Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zoo is dan de ure aangebroken, geliefde gemeentel de ure die ons tot scheiden roept. Scheiden, — dat woord heeft altijd eene onaangename en smartelijke beteekenis, wanneer het gebruikt wordt van personen of zaken, wier vereeniging goed en nuttig was; wanneer het gebruikt wordt, niet volgens, maar tegen onze behoefte en begeerte. Van dit laatste houd ik mij, wat ons scheiden betrelt, overtuigd; en vertrouw dat gij er noch behoefte aan had, noch het begeerdet, en toch wordt dit woord, hoe smartelijk ook, heden voor u uitgesproken.

»Ik zal niet veel meer tot u spreken," dat woord des Heilands neem ik heden tot het mijne over. Slechts twee jaar en nog geene acht maanden heb ik in uw midden gesproken, en thans zal mijn spreken niet veel meer zijn. De vierde, in dat tijdsverloop, op mij uitgebragte roeping werd mij eene stem des Heeren, die ik geloofde te moeten opvolgen. En waarom? Ach, Gel.! God weet het waarom en daarom, lloe zoude ik te moede zijn, indien ik in dit uur mij zeiven had te verdedigen, of vele zaken met u moest vereffenen! Gode zij dank, dat ik noch aan het eene, noch aan het andere befioefte heb! Levendig ben ik er van overtuigd, dat mij zoo iets voor 't minste betaamt, en dat mijn

Sluiten