Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verstaan, en ontvangt hij in den spiegel der wet, zijne zondaarsgedaante ziende, oogen die naar binnen gekeerd worden, waardoor hij leert zien, wie en wat God, dat heilige, goedertierene, regtvaardige Wezen is, tegen Wien hij zondigde; wie en wat hij door de zonde geworden is en wat het nu voor hem zal zijn te zeggen, daar de Heilige Geest hem het zwarte register zijner zonden en schulden opent, en hem overtuigt van zonde, geregtigheid en oordeel, onverzoend met God, voor eigene rekening staande, te vallen in de handen des levenden Gods. ïMu wordt het zijne wijsheid, indien het mogelijk is, Gods toekomenden toom te ontvlieden. Nu moet hij bekeerd worden of eeuwig omkomen. Nu versmaadt hij niet langer den rotssteen des heils, welke is Jezus Christus. Hem moet hij kennen, door Hem tot God gaan, in Hem voor God, die een verteerend vuur is voor den goddelooze, en zulk een is hij, gevonden worden, om voor Hem te bestaan. Nu bukt en buigt hij zijn hart en zijne knieën voor Hem den Waarachtigen God en het eeuwige leven, en roept gelijk die blinde: „Heere Jezus, ontferm u mijner! " gelijk die zondaar: „o God, wees mij arme zondaar genadig!" Hoe onkundig ook in den weg der verlossing, de behoefte zijner ziel is het, „Heere Jezus, leer Gij mij! bekeer Gij mij trek mij en ik zal U naloopen." Als een dood- en doemschuldig zondaar, radeloos en reddeloos in zich zeiven verloren, niets dan de hel en het eeuwig verderf voor oogen , waardig om als Korah, Dathan en Abiram, levend in de aarde te worden verslonden , blijft hij, de dwaze en onmagtige in zich zei ven, met Hem worstelen, tot dat Hij tot zijne ziel gesproken heeft: leef! en hij zal leven. Hij, die nu door genade oogen ontvangen heeft, om naar binnen te zien, wien God wijsheid in het verborgene bekend maakt, hij ontvangt ook oogen, die rondom hem zien. Nu eerst let hij op de zegeningen Gods hem geschonken, zij verootmoedigen hem voor God. „Heere!" roept hij uit, „dat aan zulk' een als ik ben!" op de

Sluiten