Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bezoekingen Gods hem of de zijnen getroffen, en hij schaamt zich voor God weg, dat hij er zulk een verhard hart onder behouden heeft, op de lankmoedigheid en barmhartigheid Gods, waarmede God hem nog gedragen en gespaard heeft, hij zinkt daaronder weg. Elke deugd of volmaaktheid Gods waarin hij bij Geesteslicht wordt ingeleid, verteedert, en vernedert zijne ziel en doet hem voor God in bewondering en aanbidding wegzinken. Nu eerst meTkt hij op de oordeelen Gods, die zoo regtvaardig zijn en ons treffen, omdat wij zijn woord verlieten, zijne geboden met voeten getreden hebben, Zijne roepstem verworpen hebben. Ook van wege zijne zonden en schulden, zijn zij verdiend, al waren er geene andere zonden in de wereld dan de zijne, die de Heere hem deed zien, erkennen en belijden. Nu wordt hem zijn leven, zoo kortstondig, zoo ras voorbijgaande een tijd van voor- en toebereiding voor de zoo gewigtige eeuwigheid, die op handen is. Zelve het belang er van inziende, moet hij dood en leven, zegen en vloek zijne, dierbaren betrekkingen, ja, allen die hem omgeven, die hij ontmoet, aanzeggen. Nu leert hij met Mozes bidden: „Leer ons alzoo onze dagen tellen, dat wij een wijs hart bekomen." Geen wonder dan ook, dat zulk een, aan wien aanvankelijk die wijsheid is geschonken, op zijn einde leert merken. \\ elaan , laat ons :

II. Letten op datgene, hetwelk (le vervulling dezer bede zoude uitwerken.

„Zij zouden, als zij wijs waren, dit vernemen en op hun einde merken." Zoo sprak Mozes, en zekerlijk bedoelde hij- daarmede, dat de mensch wien ware wijsheid is geschonken, acht geeft op al de wegen Gods, die met hem gehouden worden, om daardoor wijs gemaakt te worden tot zaligheid. Het einde, waarop zulk eeu bijzonder werkt, is het sterven. Het vonnis over ons allen, die in

Sluiten