Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hij onverzoend met God is, geen Borg voor zijne schuld, die de Heere hun ontdekt heeft, bezit, dan te blijven onder den toorn Gods tegen de zonde bedreigd, en te komen in die plaats waar eeuwig zal zijn weening der oogen en knersing der tanden? God is nu zoo vlekkeloos heilig, zoo onkreukbaar regtvaardig in Zijne oogen, dat Hij zelfs de kleinste zonde van bedrijf of nalatigheid niet ongestraft kan laten , waar zal, waar moet hij dan blijven, die van wege zijne erf- en dadelijke zonden een voorwerp van Gods toorn is, reeds van het uur zijner ontvangenis af? Hij, de zondaar, de goddelooze, die alles bezoedeld en verontreinigd, heeft door zijne zonden, en die nu zien mag, niet alleen dat hij een ellendig zondaar is, neen! wat oneindig meer zegt: een gansch verlorene, die uitroepen moet: „wee mij, ik verga, omdat ik een man van onreine lippen ben!" Zijn eigen hart veroordeelt hem, hij moet zijn eigen vonnis billijken en regtvaardigen , wat moet het dan niet zijn voor God te verschijnen, die meerder is dan zijn hart? Juist omdat hij op zijn einde merkt, wordt het nu een haasten om, ware het nog mogelijk, den toekomenden toorn Gods te ontvlieden. „Is er een weg, roept hij met aandrang uit, om de straf te ontgaan en wederom tot genade te komen ?" O! eeuwig wonder Gods! God, die hem zoo dwaas heeft gemaakt, dat hij dien weg niet weet, opent zijne blinde oogen om te zien, dat die weg der behoudenis alleen voor hem in Jezus Christus is. Maar helaas! hij kent Hem niet, Hij had voor hem geene gedaante, dat hij Hem begeeren zoude, hoe Hij hem ook in alle zijne graveerselen verkondigd is geworden. Nu begint hij naar Hem te zoeken en te vragen, en dat dag en nacht, met ingespannen krachten, of hij Hem vinden mogt, nu wordt zijn leven een gedurig gebed. „Heere! geef mij Jezus of ik sterf," zonder Jezus een eeuwig zielsverderf! Zulk een is van dat oogenblik af, gebonden aan de getrouwe genademiddelen, en zoekt diegenen op, van welken hij gelooft, dat zij den weg der

Sluiten