Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

behoudenis voor zich zeiven hebben leeren kennen; van zijne wereldvrienden, die niet hem de wereld en de zonde dienden, scheidt hij zich af. Nu moge de duivel , wien hij de dienst heeft opgezegd, hem influisteren: houd maar op met zoeken en bidden, het zal voor u toch niet zijn , gij hebt te lang, te zwaar gezondigd, gij hebt de zonde tegen den Heiligen Geest bedreven, en die zonde is onvergeeflijk; buitendien gij zijt geen dergenen, die uitverkoren zijn in Jezus Christus van voor de grondlegging der wereld; hij die van God is opgezocht, om op zijn einde te merken, kan niét ophouden te roepen, uit den angst en de benaauwdheid zijner ziel, hij blijft worstelen, hij kan niet loslaten. "V oor hem bestaat er geen middenweg , waarop helaas! nog zoo vele duizende naam-Christenen wandelen. Niets dan een eeuwig wel of eeuwig wéé wacht hem. Hij grijpt alles aan, om zijn leven te redden, den schipbreukeling gelijk, wien het water aan de lippen komt. ~ Helaas! alles ontzinkt hem, ook de laatste plank, waarop hij zijn leven zocht te redden. Dood valt hij aan de voeten van den Heere Jezus neder, en al zijne leunsels en steunsels loslatende, zinkt hij in den grondelooze oceaan zijner eeuwige Goddelijke genade verloren zijnde, is hij gevonden, zijn sterven is zijn leven, het oude is voorbijgegaan , ziet, het is alles nieuw geworden. Nu voortaan is en blijft de Heere Jezus hem noodzakelijk onmisbaar en behoort hij onder degenen van wien geschreven staat: U die gelooft is, Hij dierbaar. Gezegende uitwerking niet waar M. V., zoo wijs geworden te zijn, dat men op zijn einde leert merken. De weg des Heeren voor al zijn volk, hetwelk Hij liefgehad heeft, met eene eeuwige liefde, is in het heiligdom. Indien Zijne goedertierendheid hunne bekeering niet uitwerkt, is het wel eens de schrik des Heeren, welke hen daartoe beweegt. Van achteren leert al dat volk belijden en erkennen : O! diepte der wijsheid en der kennisse Gods. Heere God! uwe wegen, en uwe gedachten waren anders dan onze wegen en onze gedachten. Wij waren

Sluiten