Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

meen eigendom van de beschaving geworden. Dit wijzigt alzoo mijn stelling omtrent de natuurlijke verwantschap van het schoone met het heilige van de kunst met de godsdienst alleen maar in naam, niet in de wezenlijkheid. Nogtans is het juist in den zoo gewijzigden vorm, dat de stelling, die ik verdedigen wil, scherpe tegenspraak gevonden heeft, en dat bij mannen, die waarlijk wel bevoegd waren om op aesthetisch gebied met juistheid te oordeelen. Ja, er zijn mannen van naam geweest, tot wie wij met bewondering opzien en (Uq Avij liefhebben, die de christenen voor de natuurlijke vijanden van het schoone verklaard, en het christendom het graf genoemd hebben voor zoo veel wat aantrekkelijk is op aesthetisch gebied.

Ik wil uw aandacht niet vermoeijen met een tal van namen uit 't laatst van de vorige of 't begin van deze eeuw; evenmin wil ik spreken van al de ligtzinnige bestrijders van de godsdienst, soortgelijke mannen als een Voltaire, die man door de natuur zoo rijk versierd met het goud en de paarlen van het vernuft, hoewel zeer bevoegde kenners beweren, dat veel van dat goud maar klatergoud was, en dat sommige van die paarlen onecht, andere geleend waren.

Maar wie is er onder ons die geen achting gevoelt voor den uitstekenden geschiedschrijver Eduard Gibbon ? Te pijnlijker moet het ons dan aandoen, als wij dezen man, en dat zeker uit overtuiging, het oorspronkelijk christendom hoo-

Sluiten