Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kinsr den eersten rang toe te kennen. Wat toch

O O

is het eeuwig beginsel, wat de onverstoorbare levenskracht van alle ware godsdienst ? Is het niet de verhevene gedachte, die eerst aan het einde der eeuwen in al haar heerlijkheid verwezenlijkt worden zal: de mensch het beeld en de gelijkenis van God, de mensch Gods geslacht? Van deze verhevene gedachte nu moge aan de edelsten uit de heidenwereld een flaauwe schemering zijn opgegaan, toen zij al eeuwen lang geworsteld hadden in het zoeken naar de waarheid : zie, met stille majesteit en roerenden eenvoud staat zij te lezen op de allereerste, let wel, de allereerste bladzijde van de godsdienstige geschiedenis van Israël. Het kwijnend heidendom vernam dat woord des levens uit den mond van enkelen; maar het was toen reeds te diep gezonken om het te kunnen gelooven of de beteekenis er van te kunnen verstaan, 't Was hun als een krachtig voedsel, aan een zieltogende gegeven, dat het sterven van den ongelukkige alleen maar verhaast. Maar voor het jeugdig Israël was die gedachte een kracht des levens, waardoor het uit eiken val opstond , gelijk een fenix, die met nieuwe en verjongde krachten uit de asch verrijst; want in dat merkwaardigste van alle volken werd die gedachte de altijd vloeijende bron van steeds rijker en rijker profetie.

Maar hoe geheel anders valt ons oordeel uit, wanneer wij bij de vergelijking van Israël met de

Sluiten