Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ontleend heeft. En toch handelde hij alleen maar over de natuurpoëzie. Hoeveel rijker wordt de oogst, als wij de voortreffelijkste lierzangen opzamelen, oden aan Jehova, historische hymnen, uitboezemingen van 't diepst gevoel, 't zij van ootmoed of van dankbaarheid, 't zij van droefheid en weemoed of van heilige vreugde in God! Inderdaad, de godsdienstige poëzie maakt ons verlegen door rijkdom van keus. Wat de nieuwere poëzie op dit gebied schoons en verhevens bezit, zij heeft het in waarheid bijna alles aan Israël te danken. Gij kent den heerlijken koorzang in den Lucifer van Vondel:

Wie is hel, die zoo hoog gezeten,

Zoo diep in 't grondelooze licht,

Van tijd noeh eeuwigheid gemeten Noch ronden , zonder tegenwigt Bij zich bestaat; geen steun van buiten

Ontleent, maar in zich zeiven rust;

En in zijn wezen kan besluiten

Wat om en in hem, onbewust Van wanken, draait en wordt gedreven

Om 't één en eeuwig middelpunt;

Der zonnen zon, de geest, het leven;

De ziel van alles wat gij kunt Bevroên of nimmermeer bevroeden;

Het hart, de bronaar, d'oceaan En oorsprong van zoo vele goeden

Als uit hem vloeijen en bestaan? .....

en dan die verheven regels uit den tegenzang:

Sluiten