Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nog op uitkomst wachten, in dit Lied van de optogten:

Toen Jehova de gevangenen van Zion wederbragt,

Toen was 't ons alsof wij droomden.

Toen vloeide onze mond van juichen over,

Onze tong van jubelgezangen.

Toen sprak men onder de volken:

//Groote dingen heeft Jehova aan deze gedaan!" Ja, groote dingen heeft Jehova aan ons gedaan ; Daarom zijn wij verblijd!

Jehova! breng onze gevangenen weder,

Als beken in het zuiden!

Die met tranen zaaijen,

Zullen maaijen met gejuich.

Weenend gaat de zaaijer,

Dragende den zaad-buïl;

Juichend komt hij weder,

Dragende zijn garven.

Ook van de historische hymne, waarvan de hebreeuwsche poëzie een zoo rijken overvloed bevat, één enkele proeve, en wel de kortste van allen:

Toen Israël uit Egypte toog,

Jakobs geslacht uit het vreemde volk,

Werd Juda tot zijn heiligdom,

Israël tot zijn rijksgebied.

Dat zag de zee, en zij vlood,

De Jordaan, en zij week terug.

De bergen huppelden als rammen,

De heuvelen als jonge lammeren.

Sluiten