Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(En de hemelen riepen zijn geregtigheid uit,

Eiepen uit, dat God rigten zal!)

«Hoor, mijn volk! want ik wil spreken;

//Israël! want ik wil tegen u getuigen.

//Ik ben God, uw God!"

»'t Is niet om uw offers, dat ik met u twist , //Uw brandoffers zijn mij altijd genoeg.

//'k Wil uit uw stal geen varren nemen,

//Geen bokken uit uw kooijen.

//Want al het wild van het woud is het mijne, //Het vee op de bergen bij duizenden.

"Ik ken al het gevogelte der bergen,

//En wat op het veld zich roert, mij is 't bekend.

//Hongerde mij, ik zou 't u niet zeggen ;

//Want mijns is de wereld, Qn wat haar vervult.

//Eet ik dan het vleesch van stieren ?

//En drink ik het bloed van bokken?

//Offert Gode de offers van lofzegging,

//En betaalt den Allerhoogste uw geloften! !)

//En roept in den dag van benaauwdheid mij aan , //Dan zal ik u uitredden, en gij zult mij eeren!"

Maar tot den goddelooze spreekt God:

//Wat hebt gij mijn wetten te melden,

//En mijn verbond op uw lippen te nemen ,

//Gij die de vermaning versmaadt,

//En mijn woorden achter u werpt?

J) Een beeldspraak, die niets anders uitdrukt dan: Weest trouw, dient hem met een getrouw hart.

Sluiten