Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ik erken clat hun schoone literatuur uitsluitend een grootsch, een verheven, een zedelijk-godsdienstig karakter vertoont; ik geef toe, dat wij daarin vruchteloos zoeken naar dat eigenaardig losse en

O O

vrije, naar die lustige en bevallige schoonheid, die wij in de grieksche kunst bewonderen en liefhebben ; doch dit alles heb ik reeds uit het eigenaardig

' Ö O

karakter van de israëlietische godsdienst verklaard. En brengen wij daarbij nu de zeer ongunstige omstandigheden voor de aesthetische ontwikkeling van Israël in rekening, moeten wij ons dan niet over dat volk verbazen? Waaraan anders nu, dan juist aan den invloed van hun verheven godsdienst is het toe te schrijven, dat zij althans in één opzigt een zoo hoogen rang op aesthetisch gebied hebben bereikt ?

En wat zou 't dan geweest zijn, als Israël met de verhevenheid van zijn godsdienst het vrije en ongedwongen e van het grieksche volksleven had vereenigd? Wat moet dan de volmaakte godsdienst niet zijn voor de kunst! Spant vrij uw verwachtingen hoog; gij zult u niet teleurgesteld vinden!

De godsdienst van Israël vertegenwoordigt het heilig verhevene. De godsdienst der Grieken vertegenwoordigt het bevallig schoone. Maar er is één godsdienst in de wereld, die al het heilig verhevene van het Jehova-geloof met al het vrije en bevallig schoone van het grieksche godsdienstig leven in zich vereenigt. Waar die godsdienst wezenlijk be-

Sluiten