Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wist te bewegen! En de ideeën van het eeuwige, het heilige, het zalige, zijn ze niet door de godsdienst in 't aanzijn getreden?

Wat van deze kunst geldt, geldt ook, natuurlijk eigenaardig gewijzigd, van geheel het aesthetisch gebied. Komt 't u misschien voor, dat ik aan de ontwikkeling van het aesthetisch gevoel een al te hooge beteekenis voor het godsdienstig leven toeschrijf? Gij zoudt mij dan welligt verkeerd hebben verstaan, 't Is toch in de verte mijn bedoeling niet, dat aesthetisch en godsdienstig gevoel bij alle menschen onafscheidelijk verwant zijn, of dat het eene niet aanwezig zijn kan zonder dat het met het andere gepaard gaat. Ik geloof volstrekt niet aan hetgeen Schiller beweert, dat ontwikkeling van aesthetisch gevoel genoeg wezen zou om onze opvoeding als menschen in den hoogsten zin des woords te voltooijen. Kunsttalent op zich zelf heeft weinig gemeen met godsdienstigen zin. Helaas! de kunst-geniën zijn niet bij voorkeur voorbeelden van godsdienstig of zedelijk leven. Wie fijn gevoel heeft voor het schoone, wordt daardoor nog niet zedelijk; want zedelijkheid heeft niet alleen een schoone, maar ook een hoog ernstige zijde en kost langdurigen en moeijelijken strijd. Alleen zal het goede zoowel als de zonde zich bij hem, die aesthetisch ontwikkeld is, in fijner vormen vertoonen.

Dit alles vergeet ik niet. Doch ik weet ook, dat de kunst niet alle, maar zeker haar verhevenste

Sluiten